In een mega-bioscoop in de Königstrasse schuifelen zo’n 200 bezoekers naar binnen om Margaretha von Trotta’s film uit 2012 te zien.
Hannah Ahrendt, Duits-joods en sinds 1941 in New York, waar zij filosofiedocent wordt, reist in 1960 naar Jeruzalem om verslag te doen van het proces tegen Eichmann. Zij verslaat niet alleen wat daar in de rechtbank boven tafel komt, maar zij peilt ook de diepte of juist de ondiepte. Sinds zij het concept ‘De banaliteit van het kwaad’ in Eichmanns houding duidde, staat dat in ons denken als een baken tegen onverschilligheid.

De kritiek op haar duiding was heftig, want ‘leidt dit niet tot verontschuldigen van de nazi misdaden?’ Bovendien wees zij erop dat joden die het advies van een joodse raad negeerden, beter overleefden dan wie die adviezen volgde. Zij werd uitgemaakt voor alles wat lelijk is. ‘Self hating Jew‘ was nog het vriendelijkste scheldwoord.

In de voorlaatste scène van de film zien wij Ahrendt een college geven, waarin zij de mens binnen een totalitair systeem wel degelijk aanklaagt om zijn moreel verval, omdat hij weigert te denken.
De film is zeer opmerkelijk, want tientallen jaren werd Ahrendt’s boek ‘Eichmann in Jerusalem‘ niet in Israel uitgegeven of verkocht, maar deze film is gemaakt in samenwerking met officiële Israëlische instanties.
Toch moet je kritisch blijven en de hagiografische toon van de film durven zien. Al lang geleden is er een boek geschreven ‘Eichmann vor Jerusalem‘ (Duits) en daarin is gedocumenteerd hoe hij doordrenkt was van antisemitisme en dus niet het neutrale radertje in een bureaucratisch systeem, dat hij beweerde te zijn.
Jammer dat Eichmann is opgehangen; hij had dat boek moeten lezen.

Maar verder: indrukwekkende film. Je moet hem zien!